Thursday, March 17, 2016

Marathoninflatie

Sarah Shahi (geboren als Aahoo Jahansouzshahi) vertelt, op bezoek bij talkshowhost Craig Ferguson dat ze tijdelijk wat moeilijk loopt omdat ze net een marathon heeft gelopen. Eentje van maar liefst 5km.

Dat is helemaal geen marathon!

Nu worden wel meer dingen een marathon genoemd die het niet zijn, zoals een "marathoninterview" en bedoelt men er gewoon mee dat het allemaal nogal langdradig is.

Echter, vijf kilometer lopen kan niet langdradig worden genoemd. Tegen de tijd dat je goed en wel bent gestart is het einde alweer in zicht en je gaat over de finish terwijl de laatste starters nog niet eens allemaal zijn vertrokken. Het is eigenlijk een sprint die alleen wat is uitgerekt omdat anders bij een vol veld aan deelnemers iedereen over elkaar struikelt.

Shahi komt weg met haar leugentje omdat ze erbij vertelt dat het een "fundraiser" was voor kankerbestrijding. Dan kun je er nauwelijks nog tegen zijn, want als je bezwaar maakt tegen sport-uitsloverij onder de vlag van kanker dan kun je de schijn wekken dat je tegen de bestrijding van de ziekte bent en dat moet je niet hebben.

Toch vind ik het inflatoir. Wie zich marathonloper wil noemen, moet een verschrikkelijk klere-eind lopen en dan nog liefst in een nette tijd, ergens binnen de vier uur. Dat doet zeer aan de benen en het is ook nogeens stomvervelend want je gedachten gaan al die tijd over bijna niks. De laatste kilometers zijn vooral zwaar want dan hoor je allerlei stemmen in je hoofd die je manen om gewoon te gaan wandelen of om lekker langs de kant van de weg te gaan liggen maar langs die kant staan volslagen onbekenden die dat tegenspreken. Ze roepen "hou vol!" en "je bent er bijna!" terwijl ze zelf  niks volhouden, ze zijn niet eens gestart en je bent er helemaal niet bijna, zo weet je uit ervaring van eerdere marathons.

Marathonloper zou een beschermde titel moeten zijn, iets dat je pas op je profiel mag zetten indien je een recente officiële tijdregistratie op je naam hebt staan.

En dan is er nog de buitencategorie, de hogere adel van de duurloop, namelijk de groep ultralopers. Zij lopen elke week wel een marathon en beschouwen dat niet als een prestatie maar als een georganiseerde training voor de lange afstanden. "De lange afstanden?" hoor ik u zeggen, ja de langere afstanden, zoals daar zijn de 50km voor de beginners, de zes-uur-loop (kijken wie het verste komt), de 60km ronde van Texel, de wedstrijden over 100km zoals die in Winschoten, de wedstrijden over 24 uur of de incidentele grappen zoals het rondje van 100 Engelse mijlen rond Berlijn.

Gek genoeg zijn dat in feite allemaal heel gemakkelijke tochten. Als je eenmaal zover bent dat je benen de marathon op redelijk tempo met enige regelmaat kunnen lopen en je bent aan de verveling gewend geraakt, dan kom je in een zeker ritme en loop je niet dankzij je vastberadenheid maar domweg omdat je lichaam ernaar verlangt. Voorbij de marathon kom je in een ijl gebied waarbij het lijden en de pijn aan je voorbij gaan. Je neemt het wel waar maar het overkomt iemand anders, je bent slechts een belangstellend toeschouwer die rustig meedeint op het hijgen en het stapritme van het lichaam dat je bekend voorkomt maar waarmee je geen medelijden hoeft te hebben. Sterker nog, dat lijf geeft wonderbaarlijke endorfinen af en daarvan mag jij meegenieten. Deze brengen je in een plezierige extase die niet alleen tot aan de finish voortduurt, deze is zelfs sterker voelbaar daarna, als de inspanning voorbij is, de spieren stijf en stram worden, de bokaal (bijna iedereen wint) ontvangen. Twee tot drie dagen kan de orgastische sensatie duren, vergelijkbaar met die van de vrije-val parachutespringer die weer eens een duizelingwekkende noodsprong heeft overleefd. Communicatie is niet goed mogelijk maar je hebt ook helemaal niemand nodig. Praten over je prestatie is genoeg.

Is het op dit niveau voor de deelnemende sporters in wezen een eitje, een zeker narcistisch genoegen, anders is het voor de ondersteunende partners, de levensgezellen die langs de kant moeten staan. Bij korte wedstrijden is het allemaal alweer voorbij zodra je een kroketje hebt gegeten en moet je alleen even opletten dat je er staat als iedereen voorbij de finish flitst, er hoeft niet gedoucht te worden en de nog vief lopende partner kan zo weer mee de wagen in, huiswaarts, met verrukkelijke zouten op de huid.

De honderdkilometerwedstrijden daarentegen starten halverwege de middag en dan moet je als supporter ergens langs die oneindige wegen een plekje innemen. Na een uurtje of wat is voor het algemene publiek het nieuwtje er wel vanaf. Dan sta je daar alleen en het wordt langzaam koud en donker buiten. Een paar keer komt je partner voorbijgestiefeld, soms stralend, soms verbeten, soms in een dronkemansgesprek met een andere loper maar enig contact is onmogelijk. De sporter bevindt zich in een ander geheel eigen universum en zal daar, ook na de finish en na de onvermijdelijke prijsuitreiking (want iedereen wint wel in enige categorie van leeftijd, lengte, sexe, geaardheid) nog dagenlang zweven, stijf als een lijk maar met wijdopen pupillen nagenietend van de eigen waanzinnige prestatie.

Ik zou er eigenlijk voor willen pleiten dat bij alle afstanden boven de marathon de deelnemers na afloop in de douche- en kleedruimte blijven terwijl de prijzen voor support worden uitgereikt aan de partners, waarbij zij in de prijzen vallen die het langste hebben moeten wachten.

Heb je een snelle partner die na acht uur al terug op hok was dan heb je pech maar als je levensgezel pas na elf lange uren binnen kwam strompelen, dan zit je op rozen en is de grootste beker voor jou.

Dan kunnen beide partners trots zijn op elkaar.






1 comment:

  1. VA schrijft:
    "Heel goed! Fysio voor de mensen die met stramme benen langs de weg staan, en karretjes die met grote snelheid plastieken bekertjes water uitdelen, en vóór de race begint moet iedereen eerst een half uur wachten en schuifelen want dan roept de commentator luid door z'n microfoon wie van de supporters waar moet gaan staan, want die die vorige race meer dan 8 uur hebben staan supporten mogen dit keer in de paarse vakken staan juichen, daar waar regelmatig honing en glühwein wordt uitgedeeld om de keel te smeren en de ledematen te verwarmen, en diegenen die vorige keer minder hardcore waren moeten naar de gele vakken lopen, daar is het gewoon frisdrank en thee."

    ReplyDelete