Sunday, March 20, 2016

Zet ook eens een kopje thee

"Een kopje thee," is een veelgehoorde verzuchting, "is voor mij niet weggelegd. Zo ingewikkeld! Nee, doe mij maar een espresso."

Terwijl het natuurlijk helemaal niet gecompliceerd is, als je de juiste spullen maar hebt. Wanneer een van de grootouders overlijdt, komt er vaak een 'theepot' tevoorschijn en niemand neemt die mee want wat moet je met zoiets. Een kamerplant kun je er wel indoen, dat is decoratief maar door de dichte pot met de smalle hals weet je nooit of je de wortels verzuipt (dat trekt vliegjes aan en hoe kom je daar weer vanaf) of dat de plant stilletjes verdroogt en sterft eer je d'r erg in hebt.

Thee is echter bezig aan een heuse comeback. Of het nu gaat om de nostalgische 'wave' van mensen die op zoek gaan naar de smaak van de thee die moeder op je kamer bracht als je zat te blokken met Radio Veronica op de transistorradio en de regen van vroeger kletterend op het zolderraam, of dat de speurtocht is naar de authentieke thee van de bakermat van de theebeschaving waar men nooit haast heeft omdat men nog weet wat verfijnd leven is.

Vandaar deze korte videocursus.

"Ik wist," zeggen veel cursisten naderhand, "niet dat het ZO eenvoudig was. Dank u, dank, heel veel dank! Dit ga ik echt vaker doen."

Als mensen de cursus eenmaal gevolgd hebben, dan durven ze het vaak zelf ook echt aan, en dat geeft mij ongelooflijk veel voldoening. Wie het volledige pakket heeft aangeschaft krijg ook de cursusmap mee naar huis en daar zitten enkele theezakjes bij zodat je meteen kunt beginnen.


From London, Jan brought me a special tea bag. "Use 70ºc water and seep for one minute" was his advice so I tried it. It reminds me of a tea I once had at the conclusion of a long and varied meal in a Japanese restaurant called Sakura in Arnhem. Light and pleasing after beef, noodles, soy sauce and sake.

Friday, March 18, 2016

Letterneukers

Mijn goede vriendin Veronique schreef het volgende redactioneel voor het magazine Mensenleven:

Je hebt niet alleen kommaneukers, maar ook letterneukers.
Afgelopen najaar kwam het woord LHBT in het nieuws omdat andere minderheden op het gebied van seksualiteit en gender zich door die term niet vertegenwoordigd voelden, zoals: aseksuelen (die geen behoefte hebben aan seksuele omgang), interseksen (met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken), Queers (wijzen alle indelingen op dit gebied af), en personen die 'questioning' zijn (die hun oriëntatie nog niet willen vastleggen).
Bovengenoemde A I Q en Q willen daar iets aan doen door het woord LHBT uit te breiden tot lhbtqia.
Bij deze uitbreiding wordt het probleem nog groter. Tenminste één letter wordt nu al opgeëist door twee groepen. Dient het letterwoord wel zijn emancipatorische doel als één letter naar twee groepen tegelijk verwijst? Zo niet, moet het woord dan twee q's gaan bevatten? Goed! zullen de merendeels heteroseksuele scrabbelaars misschien zeggen, die steeds met twee Q’s op hun bordje blijven zitten. Goed zeggen de Queers en Questionings. En omdat questionings hun naam eer aan willen doen vràgen zij: Maar welke q is dan van wie?
En dan kun je op je zeven of acht vingers natellen dat ík ga vragen: gaan de Hetero’s zich dan niet weren omdat hun woord een of zelfs twéé letters minder gaat hebben dan dat QQ-woord terwijl zij toch geen minderheid zijn op het gebied van seksualiteit en gender? Of ze stellen gewoon voor hun H-tje erbij te plakken. Of de Queers willen er uit omdat zij immers alle verwijzingen op dit gebied afwijzen en nu in een groep vol indelingen staan.
Hoe langer ik doortyp, hoe queerder Ik word.
Was getekend: Veronique, inmiddels met  q Q u e.

Het is heel goed dat dit nu eens aan de orde wordt gesteld want er zitten meer haken en ogen aan dan velen op het eerste gezicht denken.

Om een voorbeeld te noemen: zodra de overkoepelende lhbtqia-vereniging zijn nationale en Europese subsidies binnen heeft, kan het gekrakeel beginnen over welke subgroep welk stuk van de subsidietaart mag aansnijden. Mag de kleinste groep het meeste geld omdat zij een inhaalslag te maken hebben?

En hoe gaat dat komende zomer met de botenparade in Amsterdam. Er is slechts een beperkt aantal vaartuigen voorhanden dus enkele groepen zullen gezamenlijk op een schip moeten worden voortgesleept en aan het publiek getoond. Hoe zorg je ervoor dat er onder een en dezelfde daverende discodreun de nodige solidariteit wordt uitgestraald in een samenhang waarbij toch ieders unieke eigenheid de boventoon voert?

Een ander probleem is dat diep in de Mexicaanse jungle een indianenstam heeft kunnen overleven die dezelfde naam draagt, dat zijn allemaal Lhbtqia-indianen (spreek uit loep’kia) en zij nemen hier geen genoegen mee. Ze hebben hun overleving te danken aan hun vermogen tot camouflage, ze gaan als het ware op in het landschap en vanuit de schaduwen kunnen ze zeer venijnig toeslaan, dat is bekend, reden waarom de Spanjaarden hen destijds maar met rust hebben gelaten, hun tempels nooit hebben geplunderd en hun vrouwen niet besmet.

Als er nu een kleurrijke westerse stam zich met hun historische naam gaat tooien, is het wachten op vergelding vanuit Midden-Amerika. En dat kunnen we er momenteel niet bij hebben met z'n allen.

Wat ook een veelgehoord probleem is: de aseksuelen eisen wel een plaats op in de organisatie maar ze dragen slechts weinig bij als er werk aan de winkel is terwijl juist zij tijd over hebben aangezien ze niet dagelijks uren kwijt zijn met vrijen.

Ook op de aseksuele inloopavonden met het thema “Voor ons hoeft het niet” komt bijna niemand opdagen en de t-shirts met de tekstopdruk “ik praat niet over seks” hebben op feestjes vaak een tegengesteld effect dus die worden ook nauwelijks meer gekocht.

En de dating-app "geen interesse" heeft nauwelijks gebruikers waardoor de advertentie-inkomsten ook zwaar tegenvallen.

Het gaat nog een klus worden om de groep bijeen te houden.

Thursday, March 17, 2016

Marathoninflatie

Sarah Shahi (geboren als Aahoo Jahansouzshahi) vertelt, op bezoek bij talkshowhost Craig Ferguson dat ze tijdelijk wat moeilijk loopt omdat ze net een marathon heeft gelopen. Eentje van maar liefst 5km.

Dat is helemaal geen marathon!

Nu worden wel meer dingen een marathon genoemd die het niet zijn, zoals een "marathoninterview" en bedoelt men er gewoon mee dat het allemaal nogal langdradig is.

Echter, vijf kilometer lopen kan niet langdradig worden genoemd. Tegen de tijd dat je goed en wel bent gestart is het einde alweer in zicht en je gaat over de finish terwijl de laatste starters nog niet eens allemaal zijn vertrokken. Het is eigenlijk een sprint die alleen wat is uitgerekt omdat anders bij een vol veld aan deelnemers iedereen over elkaar struikelt.

Shahi komt weg met haar leugentje omdat ze erbij vertelt dat het een "fundraiser" was voor kankerbestrijding. Dan kun je er nauwelijks nog tegen zijn, want als je bezwaar maakt tegen sport-uitsloverij onder de vlag van kanker dan kun je de schijn wekken dat je tegen de bestrijding van de ziekte bent en dat moet je niet hebben.

Toch vind ik het inflatoir. Wie zich marathonloper wil noemen, moet een verschrikkelijk klere-eind lopen en dan nog liefst in een nette tijd, ergens binnen de vier uur. Dat doet zeer aan de benen en het is ook nogeens stomvervelend want je gedachten gaan al die tijd over bijna niks. De laatste kilometers zijn vooral zwaar want dan hoor je allerlei stemmen in je hoofd die je manen om gewoon te gaan wandelen of om lekker langs de kant van de weg te gaan liggen maar langs die kant staan volslagen onbekenden die dat tegenspreken. Ze roepen "hou vol!" en "je bent er bijna!" terwijl ze zelf  niks volhouden, ze zijn niet eens gestart en je bent er helemaal niet bijna, zo weet je uit ervaring van eerdere marathons.

Marathonloper zou een beschermde titel moeten zijn, iets dat je pas op je profiel mag zetten indien je een recente officiële tijdregistratie op je naam hebt staan.

En dan is er nog de buitencategorie, de hogere adel van de duurloop, namelijk de groep ultralopers. Zij lopen elke week wel een marathon en beschouwen dat niet als een prestatie maar als een georganiseerde training voor de lange afstanden. "De lange afstanden?" hoor ik u zeggen, ja de langere afstanden, zoals daar zijn de 50km voor de beginners, de zes-uur-loop (kijken wie het verste komt), de 60km ronde van Texel, de wedstrijden over 100km zoals die in Winschoten, de wedstrijden over 24 uur of de incidentele grappen zoals het rondje van 100 Engelse mijlen rond Berlijn.

Gek genoeg zijn dat in feite allemaal heel gemakkelijke tochten. Als je eenmaal zover bent dat je benen de marathon op redelijk tempo met enige regelmaat kunnen lopen en je bent aan de verveling gewend geraakt, dan kom je in een zeker ritme en loop je niet dankzij je vastberadenheid maar domweg omdat je lichaam ernaar verlangt. Voorbij de marathon kom je in een ijl gebied waarbij het lijden en de pijn aan je voorbij gaan. Je neemt het wel waar maar het overkomt iemand anders, je bent slechts een belangstellend toeschouwer die rustig meedeint op het hijgen en het stapritme van het lichaam dat je bekend voorkomt maar waarmee je geen medelijden hoeft te hebben. Sterker nog, dat lijf geeft wonderbaarlijke endorfinen af en daarvan mag jij meegenieten. Deze brengen je in een plezierige extase die niet alleen tot aan de finish voortduurt, deze is zelfs sterker voelbaar daarna, als de inspanning voorbij is, de spieren stijf en stram worden, de bokaal (bijna iedereen wint) ontvangen. Twee tot drie dagen kan de orgastische sensatie duren, vergelijkbaar met die van de vrije-val parachutespringer die weer eens een duizelingwekkende noodsprong heeft overleefd. Communicatie is niet goed mogelijk maar je hebt ook helemaal niemand nodig. Praten over je prestatie is genoeg.

Is het op dit niveau voor de deelnemende sporters in wezen een eitje, een zeker narcistisch genoegen, anders is het voor de ondersteunende partners, de levensgezellen die langs de kant moeten staan. Bij korte wedstrijden is het allemaal alweer voorbij zodra je een kroketje hebt gegeten en moet je alleen even opletten dat je er staat als iedereen voorbij de finish flitst, er hoeft niet gedoucht te worden en de nog vief lopende partner kan zo weer mee de wagen in, huiswaarts, met verrukkelijke zouten op de huid.

De honderdkilometerwedstrijden daarentegen starten halverwege de middag en dan moet je als supporter ergens langs die oneindige wegen een plekje innemen. Na een uurtje of wat is voor het algemene publiek het nieuwtje er wel vanaf. Dan sta je daar alleen en het wordt langzaam koud en donker buiten. Een paar keer komt je partner voorbijgestiefeld, soms stralend, soms verbeten, soms in een dronkemansgesprek met een andere loper maar enig contact is onmogelijk. De sporter bevindt zich in een ander geheel eigen universum en zal daar, ook na de finish en na de onvermijdelijke prijsuitreiking (want iedereen wint wel in enige categorie van leeftijd, lengte, sexe, geaardheid) nog dagenlang zweven, stijf als een lijk maar met wijdopen pupillen nagenietend van de eigen waanzinnige prestatie.

Ik zou er eigenlijk voor willen pleiten dat bij alle afstanden boven de marathon de deelnemers na afloop in de douche- en kleedruimte blijven terwijl de prijzen voor support worden uitgereikt aan de partners, waarbij zij in de prijzen vallen die het langste hebben moeten wachten.

Heb je een snelle partner die na acht uur al terug op hok was dan heb je pech maar als je levensgezel pas na elf lange uren binnen kwam strompelen, dan zit je op rozen en is de grootste beker voor jou.

Dan kunnen beide partners trots zijn op elkaar.






Saturday, March 12, 2016

De Broekproef

Voor onze rubriek "Waar doe je goed aan" behandelen we deze week een vraag die ons werd opgestuurd door de heer Rijckevorsel uit Emmen.

"Ook nu ik al enige tijd met pensioen ben," schrijft Rijckevorsel, "en elke dag een vrije dag is, blijft de zaterdag speciaal."

Hij blijft dan in pyjama, leest de krant in bed, struint met sokken aan door het huis en gaat pas in de loop van de middag onder de douche. In de badkamer trekt hij z'n pyjama uit en in een en dezelfde beweging trekt hij met de broekspijpen zijn sokken uit. Echter, maar al te vaak blijkt een van die sokken zoek. Die zit dan nog in een van de broekspijpen.

"Waar doe je goed aan?" Vraagt Rijckevorsel ons. "Het scheelt tijd als ik de sokken tegelijk met de pyamabroek uittrek, maar als ik daarna moet zoeken in welke pijp de sok is blijven hangen, ben ik toch weer langer bezig."

Op de redactie hebben we in plaats van Informal Friday, waarbij de mannen in jeans mogen komen en de vrouwen in strakke leggings, een 'vrijdag pyjamadag' gehouden en ieder die werd betrapt op het tikken van dingen als "ten alle tijden" diende de broekproef uit te voeren.

Inderdaad, menig sok bleek onvindbaar. De grof gebreide grijze sokken van de opmaakredacteur vielen eigenlijk als enige steevast op de vloer maar van bijna alle andere sokken raakte er wel een kwijt. Hoe lichter de sok, hoe eerder deze zich wegfloddert in de pijpen, zo lijkt het en synthetische materialen zijn daarbij het meest zoekmakend. Een verrassende uitkomst was dat de strakte van de pijpen geen invloed blijkt te hebben op het wegraken. Een sok die wegrakend is, raakt weg, ongeacht de ruimte die de pijp daartoe biedt. Wij vermoeden dat dit komt doordat smalle pijpen van zichzelf alles beter vasthouden terwijl ruim vallende pijpen eerder omslaan en daarbij gemakkelijk allerlei kledingstukken en ander huisraad als het ware 'invouwen.'

Enkele sokjes zijn nooit meer tevoorschijn gekomen.


Saturday, March 5, 2016

Fietsbel

"Toon me uw fietsbel en ik zal u eens vertellen wie u in feite bent" is een veelgehoorde uitspraak en in een wereldstad als Amsterdam zijn de fietsbellen even gevarieerd als de bevolking er kleurrijk is. Toch hoor je eigenlijk nooit een fietsbel klinken. Dat komt doordat de meeste mensen de rechterhand aan het stuur hebben en met de linkerhand een telefoon tegen het oor houden. En de bel zit meestal links aan het stuur.








Thursday, March 3, 2016

De nachtcitroen

Daar gaat ie
Dat maak je niet vaak mee, een citroen die in de vroege winterochtend, als het nog lang niet licht is, bijna geruisloos voorbij komt zweven. Op een of andere manier weten ze de zwaartekracht te trotseren, of het is de maan die immers ook voor eb en vloed zorgt, waardoor bepaalde  vruchtlichamen soms tijdelijk worden verlost van hun gewicht.

Hij leek trefzeker op weg maar het werd me niet duidelijk of het een zelfgekozen pad was door de koele nachtlucht of dat hij slechts een meridiaan volgde, in wezen even machteloos als eerder nog  tegenover de kracht van de aarde.

Ik had de citroen kunnen grijpen, zo dichtbij kwam hij langs het wijdopen raam, maar soms lijken zulke vruchten dichterbij dan ze zijn en je zou niet de eerste wezen die daarna onverklaarbaar "uit het raam gevallen" werd gevonden.

Laten gaan, dus. Maar ik ga wel extra opletten komende nacht.